Fobie

Fobie

In het kort

  • Een fobie is een overmatige angst voor een bepaald object of bepaalde situatie. Dit wordt een specifieke fobie genoemd
    • Voorbeelden zijn hoogtevrees, claustrofobie of een spinnenfobie
  • De angst is overdreven in vergelijking met het werkelijke gevaar
  • De angst, vrees of vermijding is meestal zes maanden of langer aanwezig
  • De specifieke fobie is de meest voorkomende angststoornis
  • Ongeveer 6% van de mensen lijdt aan een specifieke fobie

Mijn klacht

Herken je bovenstaande punten niet? Kies hier je voornaamste klacht of lees verder over fobieën:

Wat is een fobie?

Een fobie is een overmatige angst voor een bepaald object of bepaalde situatie. Dit wordt ook wel specifieke fobie of enkelvoudige fobie genoemd.

Vaak gaat het om objecten of situaties waar veel mensen bang voor zijn, zoals grote hoogtes. Deze angst verdwijnt vaak weer. Het verschil is dat het bij een fobie niet om voorbijgaande angsten gaat. De angst of vrees is gedurende lange tijd, meestal zes maanden of langer, aanwezig.

De angst of vrees is intens en ernstig. Soms is er sprake van een paniekaanval. De mate van angst varieert afhankelijk van de aanwezigheid van het object of het in de gevreesde situatie zijn. Bij iemand met een spinnenfobie is de angst het grootst als het object (de spin) aanwezig is. Iemand met claustrofobie ervaart de meeste angst als hij in de gevreesde situatie (een kleine afgesloten ruimte) is. Het vooruitzicht dat iemand misschien met het object of de situatie te maken kan krijgen, roept meestal ook al angst op. De mate van angst kan ook variëren van situatie tot situatie, bijvoorbeeld of er anderen aanwezig zijn of niet.

Verder is het zo dat de angst, vrees of vermijding bijna iedere keer optreedt als iemand met het object of de situatie te maken krijgt. Iemand die alleen bang is om te vliegen als het weer onstuimig is, heeft geen fobie voor vliegen.

Iemand met een fobie vermijdt het object of de situatie actief en doelbewust: hij zal er alles aan doen om het gevreesde uit de weg te gaan. Iemand met hoogtevrees maakt grote omwegen om maar niet over een hoge brug te hoeven rijden. Als vermijden echt niet kan, zal de persoon alleen met intense angst de situatie kunnen doorstaan.

De angst is overdreven in verhouding tot het werkelijke gevaar. Dat beseffen mensen ook wel, maar zij blijven de neiging hebben om het gevaar te overschatten.

Bij kinderen kan de angst of vrees zich uiten door huilen, driftbuien, verstijven of vastklampen.

Symptomen fobie

Een specifieke fobie wordt gekenmerkt door de volgende symptomen:

  • een duidelijke angst of vrees voor een specifiek object of een specifieke situatie
  • het object of de situatie roept onmiddellijk angst of vrees op
  • het object of de situatie wordt bewust vermeden of alleen verdragen met intense angst of vrees
  • de angst of vrees is buiten proportie ten opzichte van het werkelijke gevaar
  • de angst, vrees of vermijding is langdurig, meestal langer dan zes maanden
  • de persoon lijdt onder de angst, vrees of vermijding of er is sprake van beperkingen in functioneren

Welke fobieën zijn er?

Hoogtevrees

Mensen met hoogtevrees zijn bang voor hoogtes, meestal omdat ze bang zijn om te vallen. Dit kan zo ernstig zijn dat iemand zelfs niet op een keukentrapje durft te staan.

Claustrofobie (angst voor kleine ruimtes)

Mensen met claustrofobie zijn bang voor kleine afgesloten ruimtes, zoals liften, kelders, een kleedkamer in een winkel, een toilet of de achterbank van een auto.

Angst voor dieren

Mensen met een dierenfobie zijn extreem bang voor een specifiek dier. Vaak zijn dit spinnen, muizen of slangen. Van alle specifieke fobieën komt de fobie voor spinnen het vaakst voor.

Vliegangst

Mensen met vliegangst durven niet te vliegen. Als ze vliegreizen niet kunnen vermijden, omdat ze bijvoorbeeld voor hun werk naar het buitenland moeten, kan dit een groot probleem zijn.

Angst voor braken (emetofobie)

Mensen met emetofobie zijn bang om te braken. Sommige mensen voelen zich vooral bang in situaties waarin ze niet snel bij een toilet kunnen komen. Anderen zijn vooral bang dat anderen zien dat zij overgeven.

Angst voor bloed (en flauwvallen)

Mensen kunnen een fobie hebben voor het zien van bloed, het krijgen van een injectie of het zien van verwondingen. Dit leidt eerst tot een stijging en daarna tot een plotselinge daling van de bloeddruk, waardoor ze kunnen flauwvallen.

Smetvrees

Bij smetvrees worden dwangmatige reinigingsrituelen uitgevoerd uit angst voor besmetting met viezigheid en bacteriën. Smetvrees wordt ook wel ‘besmettingsfobie’ genoemd, maar is officieel echter geen fobie. Het wordt gerekend tot de obsessief-compulsieve stoornissen vanwege de obsessies (dwanggedachten) en compulsies (dwanghandelingen) die op de voorgrond staan.

Hypochondrie

Bij hypochondrie heerst een obsessie voor gezondheid en de angst om ziek te zijn, terwijl er geen of weinig lichamelijke klachten zijn. Ook dit is officieel geen fobie, maar een ‘aan somatisch-symptoomstoornis verwante stoornis’.

Hoogtevrees

Mensen met hoogtevrees zijn bang voor hoogtes, meestal omdat ze bang zijn om te vallen. Het aanwezig zijn op een grote hoogte, maar ook de mogelijkheid om er te kunnen zijn, roept angst of vrees op. Om te spreken van een fobie moet de angst, vrees of vermijding langere tijd aanwezig zijn en overdreven zijn in vergelijking met het werkelijke gevaar. Op een hoge brug staan is niet gevaarlijk, op de reling wel.

Mensen met hoogtevrees overschatten ook de kans dat iets ernstigs zal gebeuren. Je kunt altijd ongelukkig terecht komen, maar de kans dat je de val van de onderste trede van een keukentrapje niet overleeft is heel klein.

Een fobie betekent dat de persoon lijdt onder zijn angsten of beperkingen ervaart in het dagelijks leven. Dat kunnen beperkingen zijn in het beroepsmatig functioneren, bijvoorbeeld als een architect bouwwerkzaamheden moet inspecteren. Maar het kan ook leiden tot afhankelijkheid van anderen, zoals hulp moeten inroepen om een lamp te vervangen.

Het gaat om hoogtevrees als iemand bang is van alle grote hoogtes en niet alleen om zich in een vliegtuig op grote hoogte te bevinden. In het laatste geval gaat het om vliegangst.

Claustrofobie

Mensen met claustrofobie zijn bang voor kleine afgesloten ruimtes, zoals liften, kelders, een kleedkamer in een winkel of een toilet. Vaak gaat het om situaties waarin ze niet weg kunnen. Daarom roept het zitten op de achterbank van een tweedeurs auto meer angst op dan voorin zitten.

Het aanwezig zijn in een kleine afgesloten ruimte, maar ook de mogelijkheid dat dit kan gebeuren, roept angst of vrees op. Om te spreken van een fobie moet de angst, vrees of vermijding langere tijd aanwezig zijn en overdreven zijn in vergelijking met het werkelijke gevaar.

Mensen met claustrofobie overschatten ook de kans dat iets ernstigs zal gebeuren. Het is niet uitgesloten dat een lift blijft hangen tussen twee verdiepingen, maar de kans is heel erg klein.

Een fobie betekent dat de persoon lijdt onder zijn angsten of beperkingen ervaart in het dagelijks leven. Trappen lopen is gezond, maar als je kantoor zich op de twintigste verdieping bevindt … In ernstige gevallen kan iemand zoveel plaatsen gaan vermijden dat werken niet meer mogelijk is of dat zijn sociaal leven erbij inschiet.

Bij claustrofobie moet ook nagegaan worden waarvoor iemand precies bang is en of er meer situaties vermeden worden. Bij agorafobie is het namelijk ook zo dat mensen situaties vermijden waarin ze niet onmiddellijk weg kunnen. Maar in dat geval zullen ze niet alleen kleine afgesloten ruimtes vermijden.

Dierenfobie

Mensen met een dierenfobie zijn bang voor een specifiek dier. Meestal zijn dit spinnen, muizen, of slangen. Maar kikkers, wormen of insecten (wespen, kakkerlakken, oorwurmen, …) kunnen ook een extreme angst oproepen. De spinnenfobie is de meest voorkomende specifieke fobie.

Het zien van het dier, maar ook de mogelijkheid dat het er zou kunnen zijn, roept angst of vrees op. Om te spreken van een fobie moet de angst, vrees of vermijding langere tijd aanwezig zijn en overdreven zijn in vergelijking met het werkelijke gevaar. In Nederland zijn vrijwel alle spinnen ongevaarlijk. Een wesp kan iemand steken, maar de hele zomer binnen blijven omdat er ergens een wesp zou kunnen zijn is overdreven.

Een fobie betekent dat de persoon lijdt onder zijn angsten of beperkingen ervaart in het dagelijks leven. In extreme gevallen kan iemand met een spinnenfobie pas gaan slapen, nadat hij twee uur lang zijn slaapkamer onderzocht heeft om er zeker van te zijn dat er geen spin zit.

In het laatste geval moet ook nagegaan worden of het alleen gaat om de angst voor het aantreffen van een spin. Dit kan namelijk ook een onderdeel zijn van smetvrees.

Vliegangst

Mensen met vliegangst durven niet te vliegen. Niet alleen het vliegen zelf, maar het idee alleen al om over enige tijd te moeten vliegen, roept angst of vrees op. Om te spreken van een fobie moet de angst, vrees of vermijding langere tijd aanwezig zijn en overdreven zijn in vergelijking met het werkelijke gevaar.

Mensen met een vliegfobie overschatten de kans dat iets ernstigs zal gebeuren. Het is niet uitgesloten dat een vliegtuig neerstort, maar de kans om te overlijden tijdens een verkeersongeluk is veel groter.

Een fobie betekent dat de persoon lijdt onder zijn angsten of beperkingen ervaart in het dagelijks leven. Als het geen probleem is om de vakantiebestemming en het vervoermiddel aan te passen, zal iemand weinig last hebben van zijn vliegangst. Als iemand voor zijn werk vaak moet vliegen, is dit wel een ernstige beperking.

Bij vliegangst moet nagegaan worden waarvoor iemand precies bang is en of er meer situaties vermeden worden. Mensen met claustrofobie voelen zich ook vaak angstig in een vliegtuig, vooral als de deuren zich sluiten. Zij zijn niet zozeer bang om te vliegen, maar wel om in een vliegtuig te zitten. Bovendien vermijden zij ook andere afgesloten ruimtes. Iemand met hoogtevrees kan bang zijn om te vliegen, maar dit is dan niet de enige situatie die angst oproept. Iemand met emetofobie, de angst om te braken, zal bang zijn als hij niet vlakbij het toilet aan het gangpad kan zitten. En mensen met agorafobie vermijden ook situaties waarin ze niet makkelijk weg kunnen komen. Zij zijn vaak bang dat zij dan een paniekaanval zullen krijgen, gaan hyperventileren of ander gênant gaan vertonen. Ook dan is vliegen niet de enige situatie die wordt vermeden.

Angst voor braken

Mensen met emetofobie zijn bang om te braken. Sommige mensen voelen zich vooral bang in situaties waarin ze niet snel bij een toilet kunnen komen. Anderen zijn vooral bang dat anderen zullen zien dat zij overgeven.

Misselijkheid en braken, maar ook de mogelijkheid dat dit kan gebeuren, roepen angst of vrees op. Om te spreken van een fobie moet de angst, vrees of vermijding langere tijd aanwezig zijn en overdreven zijn in vergelijking met het werkelijke gevaar. Overgeven in het openbaar vindt niemand prettig, maar dit zal waarschijnlijk niet leiden tot het vermijden van iedere activiteit.

Mensen met een emetofobie overschatten ook de kans dat ze gaan braken en de negatieve gevolgen ervan. Je kunt je misselijk voelen en braakneigingen hebben zonder te moeten overgeven.

Een fobie betekent dat de persoon lijdt onder zijn angsten of beperkingen ervaart in het dagelijks leven. Dat kunnen beperkingen zijn in het beroepsmatig functioneren, bijvoorbeeld als iemand extreem bang is om tijdens het werk te braken. Maar het kan ook leiden tot het vermijden van sociale contacten en een sociaal isolement.

Bij emetofobie moet nagegaan worden waarvoor iemand precies bang is en of ook andere situaties vermeden worden. Mensen met agorafobie zijn bang om in het openbaar een paniekaanval te krijgen, te gaan hyperventileren of ander gênant gedrag te vertonen, waaronder braken. Maar in dat geval worden meer situaties vermeden dan alleen maar braken. Emetofobie kan ook deel uitmaken van een sociale fobie. Dan zijn mensen bang voor het oordeel van anderen en vermijden ze sociale situaties. Hun angst gaat vaak samen met lichamelijke verschijnselen, zoals blozen of trillen, maar dit kan ook misselijkheid zijn.

Angst voor bloed

Mensen kunnen een fobie hebben voor het zien van bloed, het krijgen van een injectie of het zien van verwondingen. Sommige mensen zijn alleen bang voor het bloed en verwondingen van anderen. Sommigen zijn alleen bang als dit bij henzelf het geval is. En weer anderen zijn bang voor het zien van om het even welk bloed, injectie en verwonding. Dit leidt eerst tot een stijging en daarna tot een plotselinge daling van de bloeddruk, waardoor mensen kunnen flauwvallen. Als mensen eerder flauwgevallen zijn, kunnen zij ook de angst of vrees ontwikkelen om weer flauw te vallen.

Het zien van bloed of verwondingen of het krijgen van een injectie, maar ook de mogelijkheid dat dit kan gebeuren, roepen angst of vrees op. Om te spreken van een fobie moet de angst, vrees of vermijding langere tijd aanwezig zijn en overdreven zijn in vergelijking met het werkelijke gevaar. Heel veel bloed verliezen kan gevaarlijk zijn, een paar druppels niet.

Een fobie betekent dat de persoon lijdt onder zijn angsten of beperkingen ervaart in het dagelijks leven. Dat kunnen beperkingen zijn in het beroepsmatig functioneren, bijvoorbeeld als iemand een baan in een ziekenhuis moet weigeren. Maar het kan iemand ook hinderen in zijn psychosociaal functioneren, zoals een ouder die dreigt flauw te vallen als zijn kind een schaafwond oploopt.

Hoe vaak komt een fobie voor?

De specifieke fobie is de meest voorkomende angststoornis. Ongeveer 6% van de mensen lijdt aan een specifieke fobie. Het komt voor bij 5% van de kinderen tot 12 jaar, maar veel vaker bij jongeren van 13 tot 17 jaar (16%). Bij ouderen komt het minder vaak voor (3 tot 5%).

Vrouwen lijden twee keer meer aan een specifieke fobie dan mannen, maar dat verschilt per type. Vrouwen zijn veel vaker bang voor dieren dan mannen, maar de angst voor bloed, injecties en verwondingen komt bij mannen en vrouwen ongeveer even vaak voor.

Het gebeurt regelmatig dat mensen meerdere specifieke fobieën hebben. De gemiddelde persoon met een fobie is bang voor drie verschillende objecten of situaties. Driekwart van de mensen met een fobie vreest meer dan één situatie.

Behandeling fobie

Bij een fobie is een psychologische behandeling aan te raden. Met name exposure is effectief gebleken. Dit houdt dat iemand stap voor stap wordt blootgesteld aan het gevreesde object of situatie. Maar het kan ook gaan om denkbeeldige blootstelling. Dan wordt bijvoorbeeld gevraagd of de persoon zich een spin voor de geest kan halen. Tegenwoordig wordt ook gebruik gemaakt van ‘virtual reality’. Met een speciale bril op lijkt het alsof iemand zich in de gevreesde situatie bevindt, bijvoorbeeld in een vliegtuig.

Binnenkort vind je hier meer informatie over de behandeling van fobieën.

Vind hier een psycholoog die gespecialiseerd is in angstgerelateerde klachten.

Tips voor naasten

Kijk hier voor tips wanneer je naaste last heeft van een fobie.

Psycholoog.nl