Ruminatiestoornis

Ruminatiestoornis

In het kort

  • De ruminatiestoornis is een zeldzame eetstoornis
  • Eten dat al was doorgeslikt wordt herhaaldelijk weer teruggehaald in de mond
  • Het voedsel wordt dan herkauwd, opnieuw doorgeslikt of uitgespuugd
  • Het terughalen van eten in de mond heeft geen lichamelijke oorzaak, en hoort niet bij anorexia, boulimia, eetbuistoornis of een vermijdende voedselinnamestoornis
  • Het terughalen van eten komt (bijna) dagelijks voor, en duurt minstens één maand

Wat is een ruminatiestoornis?

Mensen met een ruminatiestoornis halen herhaaldelijk doorgeslikt eten weer terug in hun mond, zonder dat ze misselijk zijn, moeten kokhalzen of ergens van walgen. Het teruggehaalde eten herkauwen ze, slikken ze opnieuw door, of spugen ze uit. Dit doen zij doorgaans dagelijks, gedurende één maand.

Het terughalen van eten doen ze niet vanwege anorexia nervosaboulimia nervosa, een eetbuistoornis of een vermijdende voedselinnamestoornis. Het gedrag komt ook niet door een lichamelijke oorzaak waardoor het eten weer omhoog komt.

De stoornis is zeer zeldzaam en exacte cijfers zijn niet bekend. Zowel kinderen als volwassenen kunnen de stoornis ontwikkelen. Het komt vaker voor bij mensen met een verstandelijke beperking of autisme.

Soms begint het rumineren al in de babytijd (vanaf vier maanden). Baby’s met een ruminatiestoornis strekken zich, krommen hun rug, en houden het hoofd achterover terwijl ze zuigbewegingen met hun tong maken. Een gebrek aan stimulatie, verwaarlozing, stressvolle levensomstandigheden of problemen in de ouder-kindrelatie kunnen mogelijke oorzaken zijn. Bij baby’s en mensen met een verstandelijke beperking lijkt het terughalen van eten een zelftroostende of zelfstimulerende functie te hebben.

Als het voedsel herhaaldelijk uitgespuugd wordt, kan dit leiden tot ondervoeding. Dit kan bij baby’s fataal zijn. Bij kinderen kunnen groeistoornissen optreden, en kan het negatieve effecten hebben op de ontwikkeling en het leervermogen. Het gebit kan ook aangetast worden door het voortdurend contact met maagzuur.

Uit schaamte en angst voor het oordeel van anderen kunnen mensen met een ruminatiestoornis een sociale fobie ontwikkelen. Zij gaan dan sociale contacten uit de weg en kunnen in een sociaal isolement terechtkomen.

Behandeling ruminatiestoornis

Rumineren kan ondervoeding tot gevolg hebben, en problemen geven in de ontwikkeling en bij het sociale functioneren. Het is dus zeer belangrijk dat er hulp gezocht wordt. Een psychologische behandeling kan helpen om de gewoonte te doorbreken. Als er sprake is van te weinig prikkels uit de omgeving dient daar eerst iets aan gedaan te worden. Wanneer het rumineren samenhangt met een andere psychische stoornis, moet het terughalen van eten zodanig ernstig zijn dat het om extra aandacht vraagt.

Binnenkort vind je hier meer over de behandeling van de ruminatiestoornis.

Tips voor naasten

Kijk hier voor tips wanneer je naaste last heeft van een ruminatiestoornis.

Psycholoog.nl