“Kwart zedendaders niet gedreven door lust”

Seksueel Geweld

“Kwart zedendaders niet gedreven door lust”

Eén op de vier zedendaders wordt niet gedreven door seksuele lust, wanneer zij een seksueel delict plegen. Dit blijkt uit onderzoek van dr. Inge Hempel van Psycholoog.nl. Haar conclusie leidt tot een belangrijke aanbeveling voor behandelaren: “Behandel naast afwijkende seksuele interesses en overtuigingen, ook díe factoren die het delict proces kunnen ‘starten’, zoals boosheid, wraak, het uitoefenen van macht, en gevoelens van afwijzing en eenzaamheid”.

Ze onderzocht de achtergronden van de seksuele delicten van 444 zedendaders. Daarbij werd met name gekeken naar de motieven voor hun delict, en het gebruik van middelen en de mate van planning van het delict. “Het vaststellen van motieven en onderliggende factoren is belangrijk voor de behandeling van zedendaders, en het voorkomen van herhaling. Daarnaast is het belangrijk om te voorkomen dat er níeuwe zedendaders bijkomen, door behandelaren attent te maken op negatieve gevoelens van hun cliënten, die kunnen bijdragen aan een nieuw delict” aldus onderzoeker Inge Hempel.

Motieven voor zedendelicten

“Vaak wordt gedacht dat een zedendader een seksueel delict altijd pleegt uit lust, maar bij één op de vier daders speelt dit geen rol. Bij hen zijn boosheid, wraak, machtsuitoefening en achterliggende gevoelens van afwijzing de primaire drijfveren. Daarnaast spelen depressie en eenzaamheid een belangrijke rol”. Ook blijkt dat de helft van de daders in de aanloop naar hun delict onder invloed was van alcohol of drugs. Daarnaast bleek dat de helft van de daders hun delict van te voren (deels) plande, de andere helft deed dit impulsief. De leeftijd van een slachtoffer is in die gevallen vaak pure willekeur. “De dader grijpt zijn kans als de gelegenheid zich voordoet. De leeftijd van het slachtoffer speelt dan geen rol” aldus Inge Hempel.

zedendader zedendelict seksueel delict

Typen zedendaders op basis van delict motieven

Gebaseerd op de achterliggende motieven werden zes typen zedendaders onderscheiden: daders die gedreven zijn door boosheid of wraak (20%), daders die vooral gericht zijn op het ervaren van macht (19%), daders bij wie zowel seksuele lust als middelengebruik de belangrijkste factoren waren (17%), een pedofiel type (17%), een psychotisch type (5%) en een ongedifferentieerd type (21%), die geen duidelijk te onderscheiden motief had.

Onderzoeker Inge Hempel legt verder uit: “Eén op de vijf daders werd vooral gedreven voor boosheid en wraak. Gevoelens van krenking en afwijzing door een vrouw kunnen bij sommigen sterke wraakgevoelens opwekken. Zó sterk dat zij vergeldingsdrang voelen en op straat willekeurig een vrouw aanvallen.

Nog eens één op de vijf daders was vooral gericht op het ervaren van macht en seksuele bevrediging. Bij 17% waren middelengebruik en seksuele lust de belangrijkste factoren die leidden tot een (vaak impulsief) seksueel delict.”

Ook pleegde 17% het delict uit pedofiele gevoelens. “Alleen deze pedofiele daders werden allemaal primair gedreven door seksuele lust. Dit is een groep mannen die uitsluitend seksuele gevoelens heeft voor kinderen, en allen gediagnosticeerd zijn met een pedofiele stoornis of een parafilie. Niet elke zedendader met een minderjarig slachtoffer behoort echter tot deze pedofiele groep, omdat zij zich niet daadwerkelijk seksueel aangetrokken voelen tot kinderen. Zij waren bijvoorbeeld onder invloed, en de gelegenheid met een kind deed zich voor, of ze wilden wraak nemen op hun ex-partner via het misbruiken van haar kind”.

Het psychotische type is een aparte groep, die het delict heeft gepleegd vanuit een psychotische toestandsbeeld. Zij zijn allen gediagnosticeerd met een schizofrene stoornis. Als laatste speelde voor één op de vijf daders een verscheidenheid aan motieven een rol, en sprongen er niet één of twee sterke motieven uit. “Vooral voor deze groep leek de daad pure willekeur. Driekwart van alle zedendaders pleegt dan ook veel andersoortige delicten, zoals gewelds- en vermogensdelicten. Voor hen is een zedendelict een onderdeel van hun ‘criminele carrière’.”

Veel risicofactoren die gelden voor criminaliteit, gelden dan ook voor zedendaders. “Het gaat hier vaak om mannen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een verslaving, die veel verschillende delicten plegen voor eigen gewin. Het risico op herhaling is dan groot. Alleen de pedofiele daders ‘specialiseren’ zich het vaakste in één type delict (55%), namelijk zedendelicten gericht op kinderen.

zedendaders zedendelictBehandeling

Volgens professor Hjalmar van Marle, emeritus hoogleraar forensische psychiatrie, verhoogt dit onderzoek “onze kennis van de drijfveren van zedendaders. De indeling van daders op basis van hun belangrijkste motief is waardevol, omdat er dan meer gericht kan worden behandeld op dat onderliggende motief als risicofactor, om herhaling te voorkomen. Daarnaast moet worden voorkomen dat er nieuwe daders bijkomen, door behandelaren attent te maken op negatieve gevoelens van clienten, die preventief behandeld kunnen worden”.

“Beleidsmakers en behandelaren kunnen zich het beste richten op díe factoren die het delict proces ‘starten’, zoals afwijkende seksuele gevoelens en gedachten, en situaties waarin middelengebruik en negatieve gevoelens zoals boosheid, depressie en eenzaamheid ontstaan. Daarnaast blijft de behandeling van zedendaders gericht op de psychologische en seksuele problematiek, maar moet ook meer worden ingezet op beschermende factoren, zoals het hebben van stabiele, warme en gelijkwaardige relaties met een partner en vrienden, het hebben van dagbesteding en werk, en de abstinentie van alcohol en drugs”.

Bekijk alle nieuwsartikelen
Psycholoog.nl