Schematherapie

schematherapieWat is schematherapie?

Tijdens schematherapie praat je met je psycholoog over je opvattingen, emoties en houdingen over dingen, die je (onbewust) in de weg zitten. Deze opvattingen, emoties en houdingen gebruik je om gebeurtenissen te interpreteren en er betekenis aan te geven. Dit worden schema’s genoemd. Deze schema’s ontwikkelt iedereen in de loop der jaren, en worden sterk bepaald door de je vroege ervaringen.

In schematherapie ligt veel nadruk op je opvoeding, omgeving, en ervaringen uit je jeugd. Ook al ben je daar niet zo bewust van, de schema’s uit je vroege periode beïnvloeden nog steeds je huidige leven. Je gebruikt ze automatisch. Met de psycholoog bespreek je bijvoorbeeld de relatie met je ouders, maar ook hoe je was op school en wie je vrienden waren. Je persoonlijke biografie is dus belangrijk. Tijdens schematherapie ga je met de psycholoog de schema’s aanpakken die jou nu niet helpen. Een psychotherapeut gebruikt deze methode ook regelmatig.

Het nut van schema’s

In principe is het zo dat schema’s je leven een stukje makkelijker maken. Door schema’s onthoud je namelijk makkelijker sociale informatie, en weet je hoe bepaalde situaties gaan en wat erbij hoort. Een paar voorbeelden: van jongs af aan ga je regelmatig naar de huisarts of tandarts. Je spreekt met de assistent, wacht in de wachtkamer en wordt opgehaald. Na verloop van tijd is dit patroon zo vanzelfsprekend dat je er niet meer over nadenkt. Ook heb je schema’s voor verjaardagen (handen schudden, zingen, taart en kaarsjes uitblazen), of voor een begrafenis (rouwen, condoleren, afscheid nemen en begraven). Ieder mens heeft duizend van dit soort schema’s opgeslagen in het geheugen. Zo weet je in de meest uiteenlopende situaties wat je moet doen. Dat is erg handig. Zonder schema’s zou je alles voor de eerste keer doen. Dat kost erg veel energie.

Naar de tandarts gaan is voor iedereen redelijk hetzelfde. Schema’s gebruik je echter niet alleen voor situaties, maar ook voor het beeld dat je over jezelf hebt, of over anderen. Deze schema’s beïnvloeden in sterke mate je zelfbeeld. Doordat schema’s erg afhankelijk zijn van je opvoeding, omgeving en ervaringen, zijn deze per persoon dus ook erg verschillend.

Hoe werkt schematherapie?

In schematherapie draait het om het aanpakken van disfunctionele schema’s. Dit zijn schema’s die je niet helpen, maar juist in de weg zitten. Ze zijn dus vrij ongunstig voor je. Het volgende voorbeeld laat zien hoe een schema in de weg kan zitten:

Als je als kind van de trap valt, heb je natuurlijk pijn. Als je daarna flink moet huilen en je moeder lacht erom, lijkt ze te willen zeggen: ‘aansteller’. Dat is extra vervelend. Je hebt niet alleen fysieke pijn maar wordt ook nog eens niet serieus genomen. Als je de volgende keer je teen stoot en moet huilen, lacht je moeder het weer weg. Het is duidelijk: huilen vindt ze maar niks, en ze neemt je niet serieus.

Zo vormt zich een ‘pijn-huilen-uitlachen-schema’. Telkens als je pijn hebt, moet je huilen maar daarna word je uitgelachen. Dit schema komt in je geheugen terecht. Omdat deze gebeurtenissen in je hersenen zijn vastgelegd, denk je de volgende keer wel even na voordat je gaat huilen. Je stoot je hoofd, denkt aan je moeder en slikt je tranen maar even in. Je voelt je ook minder waard.

Je kunt je voorstellen dat nooit huilen ongezond is. Bovenstaand verhaal laat een disfunctioneel schema zien. Je hebt geleerd om niet meer te huilen. Dat kan erg lastig zijn. Emoties helpen vaak om te laten zien hoe je je voelt. Ze zijn dus erg nuttig in relaties met andere mensen. Als je hebt geleerd om emoties te verbergen kan dat leiden tot overdreven waakzaamheid of emotionele geremdheid. Dat kan weer een depressie tot gevolg hebben. Als je met depressieve klachten bij een psycholoog komt, kan schematherapie dus uitkomst bieden. Samen kijk je naar jouw disfunctionele schema’s. Welke schema’s (uit je jeugd) beïnvloeden je leven? Een psycholoog die gespecialiseerd is in deze vorm van therapie kan hier samen met jou naar kijken.

Net als in mindfulness-therapie ligt veel nadruk op ervaringen. Door naar ervaringen terug te gaan probeer je de gevoelens te her-beleven. Je voelt bijvoorbeeld de pijn en het verdriet toen je van de trap af viel. Je moeder lachte daarom. Tijdens therapie zit je echter in een veilige setting. Het is prima om je naar te voelen. Je mag zelfs huilen als je dat wil. Een psycholoog zal juist warm en liefdevol reageren.

De relatie tussen psycholoog en cliënt is extra belangrijk in schematherapie. Vaak neemt je psycholoog een soort ouderrol aan. Hij of zij reageert als een vader of moeder. Zo krijg je aandacht voor behoeften die je in je jeugd hebt gemist. Door deze vertrouwelijke relatie ontstaan ruimte om je schema’s te veranderen. Soms maakt je psycholoog gebruik van (thuis)oefeningen, rollenspelen en psycho-educatie.

Schematherapie: voor wie?

Schematherapie is in de jaren ’90 ontwikkeld als alternatief voor cognitieve gedragstherapie. Na die beginperiode is steeds meer onderzoek gedaan. Inmiddels gebruiken psychologen schematherapie voor veel verschillende klachten. Samen met de psycholoog zal bekeken worden of deze therapie geschikt is, dit verschilt namelijk per persoon. De therapie wordt vooral toegepast op problemen in de persoonlijkheid. Bij behandeling van de borderline-persoonlijkheidsstoornis zijn zeer goede resultaten behaald.

Vind hier een psycholoog die gespecialiseerd is in schematherapie.

Psycholoog.nl