Autisme

Autisme

In het kort

  • Autisme is een stoornis in de ontwikkeling. Mensen met autisme:
    • hebben moeite met communiceren en het begrijpen van andere mensen
    • vertonen herhaaldelijke gedragspatronen en hebben beperkte interesses en activiteiten
    • hebben een sterke behoefte aan routine, regelmaat en voorspelbaarheid
  • Autisme leidt vaak tot problemen in het dagelijks leven
  • Autisme is aangeboren en al in de vroege kindertijd aanwezig
  • Het is een blijvende stoornis. Met hulp kun je er wel beter mee leren omgaan
  • Ook ouders kunnen hulp krijgen om beter te kunnen communiceren met hun autistische kind. Dit is bewezen effectief
  • Er bestaat ook een speciaal drukvest die helpt tegen stress, angst en overprikkeling. Het drukvest geeft een soort 'knuffel'.

Wat is autisme?

Mensen met autisme verwerken informatie op een andere manier. Alles wat zij zien, horen en ervaren wordt in hun hersenen anders verwerkt. Zij hebben moeite met sociale contacten en veel behoefte aan structuur en voorspelbaarheid. Ze vinden het moeilijk andere mensen te benaderen op een ‘sociale’ manier, en hebben moeite hen te begrijpen. Ze begrijpen of zien vaak de emotie van de ander niet, waardoor sociale interactie moeilijk is. Omdat informatie op een andere manier verwerkt wordt, leiden teveel prikkels uit de omgeving voor veel onrust, stress en boosheid. Daarnaast komt ADHD veel voor bij mensen met autisme, wat staat voor aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.

Autisme leidt meestal tot problemen in het dagelijks leven, bijvoorbeeld op het werk. Maar dat is niet noodzakelijk het geval. Er is namelijk veel verschil tussen mensen met autisme, ook door verschillen in intelligentie. Tot nu toe werd een onderscheid gemaakt tussen:

  • Klassiek autisme (de meest ernstige vorm van autisme)
  • Het syndroom van Asperger (hoog functionerend autisme)
  • PPD-NOS (overige, niet nader omschreven vormen van autisme)

Vanaf 2014 zijn al deze vormen van autisme samengevoegd tot de Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Eén van de redenen voor het invoeren van de autismespectrumstoornis is dat het vaak moeilijk is om een onderscheid te maken tussen verschillende vormen van autisme. Een spectrum geeft aan dat de ernst varieert. Bij het bepalen van de ernst wordt altijd aangegeven hoe ernstig de stoornis is en hoeveel ondersteuning iemand nodig heeft. Daardoor wordt duidelijk welke specifieke beperkingen iemand ervaart. Sommige mensen hebben hun leven lang hulp nodig, terwijl anderen een gezin en een baan hebben.

Sommige mensen hebben naast autisme ook een verstandelijke beperking waardoor er ernstige beperkingen in het dagelijks leven zijn. Doordat ze moeite hebben met communiceren, komen ze nauwelijks tot sociale interactie. Ze kunnen daarnaast repetitief gedrag vertonen. Doordat ze inflexibel zijn, hebben ze grote moeite met veranderingen of onvoorspelbaarheid. Dit geeft ernstige stress en boosheid.

Er zijn ook mensen met autisme en een hoge intelligentie of uitzonderlijke skills. Denk aan autisten die een extreem groot wiskundig vermogen hebben of zeer goed piano kunnen spelen. Mensen met autisme en uitzonderlijke skills worden ‘savants’ genoemd. Mensen met autisme kunnen zich helemaal focussen op één onderwerp, en daar goed in worden. Eerder werd  autisme met een hoge intelligentie de stoornis van Asperger genoemd. Dit heet nu dus ook autisme, en officieel een autismespectrumstoornis.

Autisten kunnen op de werkvloer ook voordelen ervaren van hun eigenschappen. Mensen met autisme hebben vaak veel oog voor details, zijn perfectionistisch en houden zich strikt aan protocollen. Dit maakt dat zij onder meer in de ICT-sector gewilde werknemers zijn. Zij zijn ook beter in staat om logisch te denken. Zij laten zich minder leiden door emoties en nemen meer rationele beslissingen. Soms moet de werkomgeving wel aangepast worden, bv. door ervoor te zorgen dat er niet teveel prikkels uit de omgeving zijn. Een psycholoog kan helpen om de werksituatie zo optimaal mogelijk te maken.

Autisme is aangeboren en al vroeg in de kindertijd aanwezig. Het kan niet ontstaan door een verkeerde opvoeding of traumatische ervaringen. Het wordt ook niet veroorzaakt door vaccinaties, zoals door sommigen beweerd wordt. Meestal worden de symptomen herkend vanaf het 2e levensjaar, wanneer de taalontwikkeling achter loopt. Kinderen kunnen ook gebrek aan interesse voor sociale interactie hebben, of ongebruikelijke ‘vreemd’ gedrag vertonen. Ze sluiten zich af voor prikkels van buitenaf. Door middel van psychodiagnostisch onderzoek kan een psycholoog vaststellen of een kind autisme heeft.

Symptomen autisme

De symptomen van een autismespectrumstoornis zijn in te delen in twee categorieën: enerzijds beperkingen in de sociale communicatie en anderzijds zich herhalende gedragspatronen en beperkte interesses en activiteiten.

De beperkingen in de sociale communicatie zijn blijvend, en aanwezig in uiteenlopende situaties. Zij kunnen blijken uit:

  • Weinig oogcontact maken
  • Weinig inlevingsvermogen
  • Moeite met het beginnen en gaande houden van een gesprek
  • Moeite met het aangaan en onderhouden van vriendschappen en relaties
  • Moeite met het begrijpen van lichaamstaal, zoals gebaren en gelaatsuitdrukkingen
  • Vreemd gedrag in het gezelschap van anderen

Zich herhalende gedragspatronen en beperkte interesses en activiteiten kunnen blijken uit:

  • Constant hetzelfde gedrag herhalen en voorwerpen op eenzelfde manier gebruiken, zoals het steeds weer op een rijtje leggen van potloden
  • Een sterke behoefte aan routine en regelmaat
  • Slecht tegen veranderingen in de leefomgeving kunnen
  • Volledig opgaan in één specifieke activiteit of hobby
  • Veel oog hebben voor details
  • Overmatig of juist weinig gevoelig zijn voor bepaalde prikkels (bv. licht of geluiden)

Deze kenmerken hoeven niet allemaal aanwezig te zijn om te spreken van een autismespectrumstoornis. Een belangrijk criterium is dat de symptomen al vanaf de vroege kindertijd aanwezig moeten zijn. Maar achteraf is dat vaak moeilijk te bepalen.

De diagnose wordt ook pas gesteld als de symptomen niet beter verklaard kunnen worden door een verstandelijke beperking of door een ontwikkelingsachterstand.

Hoe vaak komt autisme voor?

Uit internationaal onderzoek blijkt dat 1% tot 1,5% van de mensen een autismespectrumstoornis (ASS) heeft. Dat geldt zowel voor kinderen als voor volwassenen. Dat zou betekenen dat in Nederland ongeveer 200.000 mensen ASS hebben.

Een onderzoek van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) laat andere cijfers zien. Bijna 3% van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar heeft volgens hun ouders een vorm van autisme. Is het aantal kinderen met autisme in Nederland dan zoveel groter dan in andere landen? Waarschijnlijk niet. De kinderen die volgens hun ouders autisme hadden, kregen niet allemaal deze diagnose. Een aantal van deze kinderen werd nooit door een psychiater of een psycholoog onderzocht.

De autismespectrumstoornis komt vier keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Jongens worden ook vier keer vaker behandeld dan meisjes. Veel meisjes krijgen de diagnose pas als ze volwassen zijn. Als de diagnose bij een kind gesteld wordt, gaat bij een ouder vaak een lampje branden. Door middel van psychodiagnostisch onderzoek kan een psycholoog vaststellen of de ouder ook een vorm van autisme heeft.

Behandeling autisme

Autisme kan niet genezen worden, maar er zijn wel tal van manieren om ermee om te leren gaan. Dit is ook belangrijk voor de ouders en de naaste omgeving. Ook zij kunnen hulp en tips krijgen. Een psycholoog kan nagaan hoe problemen met de studie of werk aangepakt kunnen worden. De aanpak is ook afhankelijk van de leeftijd. Zo zal een kind een andere vorm van begeleiding nodig hebben dan een adolescent of een volwassene. Bij autistische kinderen is bijvoorbeeld gebleken dat hun gedrag verbetert, wanneer hun ouders getraind zijn om beter met hen te communiceren en hen te begrijpen. Op die manier kan de ontwikkeling van een kind gestimuleerd worden en kunnen gedragsproblemen behandeld of voorkomen worden.

Voor zowel kinderen als volwassenen met autisme bestaat een speciaal drukvest die een prettig, veilig en beschermd gevoel kan geven. Door het drukvest op te pompen krijg je ‘een knuffel’. Dit helpt hen omgaan met stress, angst en overprikkeling.

Daarnaast bestaan er verschillende vormen van hulp:

  • Psycho-educatie (hoe ga ik om met autimse)
  • Systeemtherapie
  • Aanpassen van het onderwijsaanbod
  • Aanpassen van de werksituatie
  • Een sociale vaardigheidstraining
  • Gedragstherapie
  • Medicijnen (antipsychotica verminderen angst en boosheid; benzodiazepines verminderen onrust; SSRI’s verminderen angst en depressie bij autisme)

Vind hier een psycholoog die gespecialiseerd is in autisme.

Tips voor naasten

Kijk hier voor tips wanneer je naaste last heeft van autisme.

Psycholoog.nl