Jeej! Ik heb ADD!

ADHD

Jeej! Ik heb ADD!

Het is nacht. Ik kan niet slapen. Er razen zoveel gedachten door me heen die ik kwijt moet. Dan maar in een blog.

Ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen (goh). Zojuist zijn er voor mij heel veel puzzelstukjes in elkaar gevallen. Ik heb tranen van verdriet, maar ook van blijdschap. Want: Jeej, ik heb ADD!

Nee, geen officiële diagnose door een psychiater en psycholoog. Maar als psycholoog met de DSM-5 voor me, het classificatiesysteem voor psychische stoornissen, en een hoop te hebben gelezen, en online zelftests met hoge scores, kan ik niet anders stellen: ik heb ADD. Geen ‘H’ van hyperactiviteit, al denkt mijn vriend van wel, maar de ‘A’ van aandachtstekort. En nog twee ‘D’s’: van Deficit Disorder: Attention Deficit Disorder. Binnenkort volgt echt onderzoek, dan heb ik binnen een dag de diagnose.

adhd test

Gefeliciteerd! Dat ik eindelijk bijna zeker weet wat er is. En dat ik hopelijk nog een heel leven voor me heb met dit inzicht. Maar ook super verdrietig, want ik ben al 35. Ik heb zoveel innerlijke strijd gehad. En dit is morgen niet verdwenen. Er moet een hoop gaan veranderen.

Waarom nu pas? Hoe kan ik dit nooit hebben gezien?

Tijdens mijn studie ontwikkelingspsychologie heb ik nooit zoveel aandacht besteed aan stoornissen als AD(H)D en autisme. Vond het niet interessant. Ik koos deze richting omdat ik eigenlijk alleen maar wilde weten waarom kinderen crimineel gedrag ontwikkelen. Ik had daar verder geen toekomstplan mee, ik vond dat onderwerp gewoon heel interessant. De rest was bijzaak. Plus: ik ben er ook altijd allergisch voor geweest en sceptisch over. “Oh joh, heeft hij ook ADHD? Tja, welk kind niet tegenwoordig.” Dus nee, dit ging zeker niet over mij.

“Oh joh, heeft hij ook ADHD? Tja, welk kind niet tegenwoordig.”

Maar ja, dan gaat je leven verder, en de innerlijke strijd gaat met je mee.

Als kind oogde ik rustig. Op school deed ik het goed. Maar van binnen had ik vaak een gejaagd gevoel. Alsof ik een wervelwind in mijn buik had, zenuwachtig, een adrenaline stoot die chronisch was. Maar steeds zonder aanleiding. Heel de dag tikken met mijn vingers op tafel, wiebelen met mijn been. Mijn tweelingzus moest het aan het einde van de dag ontgelden, die schudde ik dan even lekker door elkaar om mijn energie en onrust maar kwijt te raken. Of ik liep uit school meteen door naar mijn slaapkamer, pakte een kussen en ging er op rammen. Ik wist mezelf geen raad. Ik weet nog dat ik als kind in de woonkamer stond. Gewoon stil, voor me uit te kijken. En ondertussen raasde het van binnen.

“Ik weet nog dat ik als kind in de woonkamer stond. Gewoon stil, voor me uit te kijken. En ondertussen raasde het van binnen.”

Niemand heeft dit ooit opgemerkt. Ik kon dit ook niet verwoorden. Wist ik veel. Op de basisschool ging het goed. Slim voelde ik me niet, maar kon goed meekomen. Vooral in het weekend had ik onrust. Dan viel de structuur weg, en was ik heel de dag nerveus. En ik wist maar steeds niet waarom. En zo gingen de jaren voorbij. En met de jaren komen de verantwoordelijkheden. En met die verantwoordelijkheden nog meer onrust en strijd.

adhd test kind

Ik woonde vroeger maar 5 minuten van de middelbare school, maar het fietstochtje bleek steeds 10 minuten. Ik kwam dus elke dag te laat. En de dag erop weer. Gelukkig was ik ook uitgekookt en bevriend met de conciërges. Knipoog en doorlopen, tot grote frustratie van mijn klasgenoten, die zich moesten melden. Ik had veel vriendjes, hing liever buiten en had mijn huiswerk altijd veel eerder af dan mijn tweelingzus. “Waarom zit Steef nog huiswerk te maken en jij niet?” “Nou gewoon, omdat ik Steef niet ben!”. Bleek tijdens de toetsen dat ik toch beter iets langer had moeten zitten. En ik bleef zitten. In VWO 4.

Ik heb me op de middelbare altijd ontzettend dom gevoeld. Ik was namelijk super chaotisch maar deed nonchalant en stoer, en werd dus niet serieus genomen. Ook had ik docenten aan mijn kant, dus kwam overal mee weg. Ik deed wel VWO, maar dan voor spek en bonen. Zoals ik dat met alles ervaar. Ja ik speelde wel hockey in Dames 1, maar dan als veldopvulling. Ja, ik heb mijn doctors titel, maar kan geen enkele doctor of professor nog serieus nemen. Want als ik het kan, slaat het niveau dus nergens op. Altijd onzeker over wat ik kan.

Klachtenschema ADD

Tot aan het einde van het schooljaar was ik ervan overtuigd dat het goed kwam. Gewoon geen besef. Geen opzet. Liep altijd achter de feiten aan. En dit was zo’n feit. Tot mijn grote frustratie, want geduld had ik niet. Ik wilde altijd sneller dan de tijd ging. Ouder zijn dan ik was. Want als ik ouder zou zijn, zou ik meer rust ervaren.

Maar die kwam nooit. Het werd steeds erger. Het eerste jaar Psychologie in Leiden ben ik gestopt, omdat ik niet kon aarden op de universiteit. Een stuurloos jaar volgde waarin ik een tijdje depressieve klachten had. Het tweede jaar begon ik opnieuw met Psychologie, maar dan in Rotterdam. Ik kreeg vrij snel de ziekte van Pfeiffer, en ook dat jaar was dus moeilijk. Maar ik moest en zou dat jaar halen, want een derde ‘verspild’ jaar zou ik écht als falen ervaren. Dit lukte met veel moeite. Maar pas in het derde jaar werd ik van zombie weer mens, en begon ik de studie echt leuk te vinden. Als ik ergens voor ga, ga ik er helemaal voor.

Onderzoek en statistiek vond ik leuk, daar kon ik me helemaal in storten. En dat deed ik. Eerst een aantal jaar losse projecten en daarna basispsycholoog  en vierenhalf jaar promotieonderzoek. Dit begon met een leeg A4. Geen plan, geen geld, maar wel ambitie die mijn promotor deelde. Weer heel lang stuurloos. Zenuwachtig. Geen idee hoe ik het moest aanpakken, zo’n jarenlang project. Geen kop of staart. Ik zwom en zwom en vond de kant maar niet. Ik wist mijn dag al niet te structureren, laat staan een project van 4 jaar dat ik zelf moest gaan invullen. Mijn collega’s leken dit een stuk makkelijker af te gaan.

Aan het einde van dit traject had ik elke dag een soort onzichtbare strop om mijn nek. Voelde me dagelijks niet lekker. Raakte weer een tijdje depressief door de combi: werk, verbroken relatie, vrienden kwijtraken en vier keer verhuizen. Een heftige tijd. Maar ik hield mijn doel in het vizier: mijn promotieonderzoek afronden, linksom of rechtsom. Mijn bewijsdrang dat ik niet dom ben heeft me bijna opgebroken. Ik had tranen van geluk toen de pedel aan het einde van de promotieplechtigheid zei: ‘Hora Est’.

“Mijn bewijsdrang dat ik niet dom ben heeft me bijna opgebroken. Ik had tranen van geluk toen de pedel aan het einde van de promotieplechtigheid zei: ‘Hora Est’.”

Eindelijk, mijn leven zou nu wat rustiger worden. Ik had altijd wel een aanwijsbare reden dat ik me zo gejaagd en onrustig voelde. Nu was deze reden weg. Maar mijn wervelwind niet. Chaos, onzekerheid, stress, dingen kwijtraken, afspraken vergeten. Het is er nog steeds. Inmiddels heb ik twee schatjes van 3,5 en bijna 2. Maar jeetje, wat is dat heftig. En wat overspoelen die peuter driftbuien me. Ik ga steeds meer herkennen en steeds meer over mezelf nadenken. Ook over AD(H)D.

Dit komt ook omdat ik een opleiding volg tot professioneel coach. Erg leuk, maar ook erg confronterend. Het is een pittige opleiding. Er komt veel op me af, naast mijn werk en gezin. Daarnaast moeten we aan het einde van de opleiding heel veel vaardigheden kunnen inzetten tijdens een coachgesprek. Iets wat echt moeilijk voor me is, omdat mijn hoofd weinig rust kent. Ik moet theorie kennen. Maar ik ben van het type: boek onder m’n kussen en hopen dat het erin zit. Ik wil geen moeite doen, want dat kost bakken energie. Er wordt dus heel veel van me verwacht, en dat is nou precies waar ik allergisch voor ben. Stel nou dat ik zak?

De puzzel wordt steeds duidelijker. Waar anderen echt moeite hebben met het loslaten van controle, heb ik een gebrek aan controle. Ik doe maar wat. Dit pakt dan wel vaak goed uit, dat is dan weer fijn. Maar ik wil grip krijgen. Op mezelf, en meer op mijn kinderen. Dus heb ik een gesprek gehad met een gezinscoach. Hier ging al zachtjes een klein lampje branden.

Vorige week kwam ik er net voor een afspraak achter dat ik al in Houten had moeten zijn. Dat ga ik niet redden. Diezelfde week kwam ik er net voor een deadline voor mijn opleiding achter, dat ik een deel van een opdracht niet had gemaakt. Dat ga ik ook niet redden. Ik had drie woorden van een zin gelezen en dacht ‘ok hoeft niet’. Verderop in de zin  bleek echter ‘dat hoeft wel’. Slordig. Bleek later dat ik nóg een opdracht had gemist. Serieus, hoe dan.

Mijn ex noemde me ‘Kees Jansma’. Ik ratel tijdens tv. Mijn vriend wordt af en toe gek van me. Mijn telefoon ben ik altijd kwijt, mijn sleutels, mijn pinpas.

Vanavond brandde mijn lichtje. En ben ik ontzettend trots op wat ik allemaal heb bereikt, mét aandachtstekort.

En nu doe ik mijn lampje uit. Het is laat. Ik ga slapen.

Update 9 september 2018: Afgelopen week heb ik onderzoek gehad bij ADHD-Centraal, een instelling waar je in 1 dag meerdere gesprekken voert, vragenlijsten invult (thuis vult een naaste ook een vragenlijst in), en een computertaak doet. Er werd inderdaad ADD geconstateerd. Tegenwoordig valt dit allemaal onder dezelfde noemer: ADHD, maar geldt voor mij alleen het onoplettende type (dus zonder de hyperactiviteit). Een bevestiging van mijn vermoeden, en stukjes vallen in elkaar. Dit alleen al geeft rust. Ik hoef me niet meer suf te denken ‘waarom dit en waarom dat..’? Daarnaast hoop ik dat een lage dosering medicatie me gaat helpen een beetje rustiger de dag te beleven. Leven deel II.

Denk jij dat je misschien ook symptomen hebt van ADHD? Doe dan de ADHD test.

Bekijk alle blogposts
Psycholoog.nl