Parafiele stoornis

Parafiele stoornis

In het kort

  • Een parafilie is een afwijkende seksuele interesse waarbij iemand opgewonden wordt van afwijkende activiteiten, voorwerpen, of personen die niet in staat zijn hiermee in te stemmen
  • Een parafilie wordt een parafiele stoornis genoemd, wanneer deze afwijkende seksuele interesse het functioneren belemmert of schade veroorzaakt aan anderen
  • Parafiliën waarbij iemand seksueel opgewonden wordt door afwijkende activiteiten zijn:
    • Exhibitionisme: het tonen van de geslachtsdelen
    • Frotteurisme: zichzelf tegen iemand aanwrijven
    • Voyeurisme: het begluren van een ander
    • Seksueel sadisme: iemand pijn doen
    • Seksueel masochisme: zelf gepijnigd worden
  • Parafiliën waarbij iemand seksueel opgewonden wordt door afwijkende voorwerpen of personen zijn:
    • Fetisjisme: opwinding door levenloze voorwerpen
    • Transvestie (travestie): opwinding door het dragen van vrouwenkleding
    • Pedofilie: opwinding door kinderen
  • Handelen naar je parafilie is strafbaar zodra je schade toebrengt aan een ander

Wat is een parafiele stoornis?

Een normale beleving van seksualiteit en seksuele lust is belangrijk voor het aangaan en behouden van intieme partnerrelaties. Iemand met een parafiele stoornis heeft echter een langdurige seksuele interesse die afwijkt van de maatschappelijke norm, en heeft daar zelf last van, of beschadigt hiermee anderen.

Normaal gesproken worden mensen opgewonden van personen van hetzelfde of andere geslacht. Dit zijn dan vaak leeftijdgenoten of volwassenen. Wanneer iemand seksuele opwinding beleeft aan afwijkende activiteiten, voorwerpen, kinderen, of personen die niet in staat zijn in te stemmen, spreek je van een parafilie. De afwijkende seksuele interesse moet dan wel minstens zes maanden herhaaldelijk aanwezig zijn. Je spreekt van een parafiele stoornis, wanneer diegene onder zijn of haar parafilie lijdt, of schade aan anderen veroorzaakt.

Welke parafiele stoornissen zijn er?

Er bestaan verschillende soorten parafilieën, die worden verdeeld in twee groepen:

1. De eerste groep gaat over afwijkende activiteiten. Hierbij worden de afwijkende activiteiten weer onderverdeeld in:

  • 1a. afwijkingen in de manier waarop er ‘verleid wordt’, (de verleidingsstoornissen).
  • 1b. afwijkingen in de manier waarop lust wordt beleefd, namelijk door pijn (dit worden de algolagnische stoornissen genoemd: algolagnie is afgeleid van het Griekse algos (pijn) en lagneia (lust).

2. De tweede groep gaat over afwijkende objecten, waar personen of voorwerpen mee bedoeld worden.

Het kan dus als eerste gaan om afwijkingen in het de manier waarop de persoon een ander wil ‘verleiden’. Normaal verleiden we door het maken van oogcontact, te glimlachen, interesse te tonen of complimenten te geven. Je hoopt dan dat de ander ook interesse heeft in jou, en een seksuele relatie aan wilt gaan. Het is echter ongewoon om de ander vanuit het niets je geslachtsdelen te laten zien omdat je daar zelf seksueel opgewonden van wordt, zoals bij exhibitionisme. Exhibitionisme wordt ook wel schennis van de eerbaarheid genoemd. Het tonen van de geslachtsdelen in het openbaar, aan kinderen, of aan personen die daar niet mee instemmen is strafbaar. Ander afwijkend verleidingsgedrag is jezelf tegen iemand aan wrijven terwijl de ander daar niet mee heeft ingestemd. Dit heet frotteursime. Een frotteur schuurt zich bijvoorbeeld tegen iemand aan in een volle tram, of op een druk feest. Seksuele opwinding door het begluren van een ander die dit niet doorheeft wordt voyeurisme genoemd.

Onder de eerste groep waarbij iemand seksuele opwinding ervaart door afwijkende activiteiten vallen ook opwinding door pijn en lijden. Wanneer je lustgevoelens ervaart doordat je zelf vernederd wordt, vastgebonden of gepijnigd, heet dit seksueel masochisme. Je spreekt van seksueel sadisme wanneer je seksueel opgewonden wordt van het psychisch en lichamelijk leed van een ander, bijvoorbeeld door een ander te vernederen, te vast te binden, of te pijnigen.

De tweede groep parafilieën of parafiele stoornissen is gebaseerd op afwijkende objecten, wat zowel kan verwijzen naar personen als naar voorwerpen. Als eerste gaat het bij de personen om kinderen onder de 13 jaar waar iemand seksueel opgewonden van wordt. Een seksuele voorkeur voor kinderen heet pedofilie. Er is nogal eens verwarring over de verschillende termen die hierover doorelkaar gebruikt worden:

Er is een verschil tussen een ‘pedofiel’ en een ‘pedoseksueel’. Een pedofiel heeft een seksueel voorkeur voor kinderen, waar hij niet naar handelt. Pedofilie op zichzelf is dus niet strafbaar, omdat deze term alleen verwijst naar de seksuele voorkeur, zonder handeling. Iemand kan dus een pedofiele voorkeur hebben, maar nooit een kind seksueel misbruiken. Dat de persoon ‘pedofiel’ is zal dan vaak ook niet bekend worden bij zijn omgeving.

Pedofilie

Een pedoseksueel is echter iemand die een kind daadwerkelijk seksueel heeft misbruikt. Dit hoeft echter weer niet te betekenen dat hij ook daadwerkelijk een pedofiele voorkeur heeft. Pedoseksualiteit verwijst naar de handeling: het seksueel misbruiken van een kind, ongeacht de seksuele voorkeur. De pedoseksueel heeft dit bijvoorbeeld gedaan uit pure lust of wraak, en een kind een makkelijker slachtoffer is dan een volwassene.

Om het nóg wat ingewikkelder te maken: Pedofilie wordt een pedofiele stoornis genoemd wanneer de seksuele fantasieën en gedragingen de persoon beperken in zijn sociaal of beroepsmatig functioneren. Meestal is dit wel het geval, en is er bij personen met een pedofiele voorkeur ook daadwerkelijk sprake van een pedofiele stoornis, omdat het zeer moeilijk is je seksuele voorkeur te blokkeren, en het strafbare gevolgen heeft als je ernaar handelt.

Dan zijn er nog de parafiele stoornissen die gaan over afwijkende voorwerpen. Hier vallen als laatste nog de fetisjisme onder: het ervaren lustgevoelens door levenloze voorwerpen, en de transvestie (travestie), waarbij het dragen van vrouwenkleding seksuele lustgevoelens opwekt.

Een restcategorie betreft de ‘parafilie niet anders omschreven’, waar bijvoorbeeld lustgevoelens worden ervaren bij het uiten van obsceniteiten via de telefoon (telefonische scatologie), lijken (necrofilie), dieren (zoöphilie), ontlasting (coprofilie) en urine (urofilie).

Criteria parafiele stoornis

Een parafilie wordt in de DSM-5 (het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen) officieel omschreven als ‘een intense en aanhoudende seksuele interesse die afwijkt van de seksuele belangstelling voor genitale stimulatie of het voorspel van fenotypische normale, lichamelijk volgroeide en instemmende menselijke partners’. Met moeilijke woorden wordt hiermee bedoeld dat er sprake is van een langdurige seksuele interesse die afwijkt van wat de maatschappij normaal vindt, bijvoorbeeld een seksuele interesse voor kinderen (pedofilie).

Waar eerder alleen de parafilieën werden omschreven in de DSM-5, wordt er in de huidige versie nu ook een onderscheid gemaakt tussen een parafilie en een parafiele stoornis. In de DSM-5 valt de aard van de parafilie onder criterium A:

  • Gedurende minstens zes maanden herhaaldelijk, intense seksuele opwinding bij de handeling of het object waar de afwijkende seksuele preferentie van de betrokkene naar uit gaat.

Een parafilie is op zichzelf niet noodzakelijkerwijs een psychische stoornis die klinische zorg nodig heeft. Ingrijpen is echter wel nodig als ernaar gehandeld gaat worden en er iemand onder lijdt. Om een parafiele stoornis te kunnen stellen dient zowel de parafilie aanwezig te zijn (criterium A) maar ook voldaan te zijn aan criterium B:

  • De betrokkene heeft gehandeld naar deze seksuele drang met een niet-instemmende persoon, of de seksuele drang en fantasieën veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren, of in het functioneren op andere belangrijke terreinen.

Oorzaak parafiele stoornis

Er is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen voor een parafiele stoornis. Het verloop van onze seksuele ontwikkeling hangt namelijk af van verschillende biologische, (neuro)psychologische, sociale, culturele en situationele factoren. Het is de wisselwerking tussen mens en omgeving die uiteindelijk bepaalt hoe de persoon seksualiteit beleeft, en welke betekenis hieraan wordt gegeven.

De opvoeding en het gezin zijn hierin twee belangrijke bepalende factoren. De eigen houding ten opzichte van seksualiteit wordt bijvoorbeeld in sterke mate gevormd door de houding die de ouders aannemen, zoals strengheid of juist openheid. Daarnaast zijn de eerste seksuele ervaringen van invloed, net als de sociale vaardigheden die men bezit in het contact met anderen. Vooral de pubertijd wordt gezien als een kritieke ontwikkelingsfase waarin duurzame seksuele scripts, interesses en houdingen worden verworven. Met seksuele scripts worden mentale voorstellingen van seks bedoeld, die de interpretatie van seksuele ontmoetingen vergemakkelijken en toekomstig seksueel gedrag sturen. Tijdens de gehele seksuele ontwikkeling wordt zowel de beleving als de betekenis van seksualiteit bijgesteld, op basis van de opgedane ervaringen.

De seksuele ontwikkeling kan als gevolg van positieve ervaringen en factoren normaal en gezond verlopen. Met normaal en gezond wordt hier bedoeld, ‘volgens de heersende normen, en niet afwijkend van het conventionele’. Nare ervaringen, ongunstige combinaties van factoren, en onvoldoende steun en coping kunnen echter leiden tot afwijkende seksuele gevoelens en gedragingen. Daarnaast zijn persoonlijke kwetsbaarheden erg belangrijk en worden ook een gebrek aan sociale competentie, gebrek aan impulscontrole, lage zelfwaardering, matige copingstijl, inadequate interpersoonlijke vaardigheden, ineffectieve zelfregulatie en gebrek aan empathie gerelateerd aan seksueel afwijkend gedrag.

Is een parafilie strafbaar?

Parafilieën zoals omschreven in criteria A van de DSM-5 zijn op zichzelf niet strafbaar. Strafbaar wordt het wanneer de betrokkene heeft gehandeld naar deze parafilie en seksuele drang met een niet-instemmende persoon. Dit is bijvoorbeeld het geval bij mannen die lust ervaren door seksueel sadisme bij niet-instemmende personen, vaak vrouwen, en bij de pedofiele stoornis waarbij sprake was van seksueel lichamelijk contact met een kind.

Uit onderzoek blijkt dat 5 tot 20% van de mannen en 2% van de vrouwen daadwerkelijk toegeeft tenminste één daad te hebben begaan waarin seksuele dwang voorkwam. Voor meerdere type daders van seksuele delicten is seksuele lust echter niet de primaire drijfveer. Woede en macht zijn ook twee belangrijke drijfveren, en verkrachting wordt door sommigen dan ook als een ‘pseudoseksuele daad’ beschouwd. Daders die wel primair gedreven zijn door een preoccupatie met seks en seksuele fantasieën, vertonen vaak ook ander seksueel afwijkend gedrag zoals exhibitionisme, voyeurisme of fetisjisme. Ook wordt hyperseksualiteit, ondanks dat het niet als zodanig opgenomen is in de DSM-5, als niet-parafiel excessief seksueel gedrag of verlangen genoemd als mogelijke comorbiditeit bij de exhibitionistische, voyeuristische, frotteuristische en fetissjistische stoornis.

Hoewel voyeurisme, het beleven van seksuele lustgevoelens aan het heimelijk gluren naar een ander, als seksueel afwijkend wordt gezien en een inbreuk is op de privacy van die ander, is het niet opgenomen in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. In Amerika echter, is recentelijk een rabbijn veroordeeld tot 6,5 jaar cel wegens het begluren van vrouwen die zich omkleedden in een kleedhokje. Hij deed dit 52 keer via een opgehangen camera. In België werd echter onlangs een basketbalcoach vrijgesproken die vrouwen had gefilmd tijdens het douchen, wegens verouderde wetgeving. Naar aanleiding hiervan komt er in België een wetsvoorstel om voyeurisme strafbaar te stellen. Ook in Nederland zijn dergelijke zaken, waarbij er heimelijk gefilmd of gefotografeerd wordt, voor het gerechtshof gekomen. De voorstellen om dit te berechten op basis van artikel 239 Sr (schennis van de eerbaarheid), of artikel 246 Sr (aanranding van de eerbaarheid) zijn daarbij verworpen. In deze zaken heeft berechting plaatsgevonden op basis van artikel 139f Sr, het heimelijk vervaardigen van afbeeldingen van nietsvermoedende personen.

Pedofiele stoornis

Er is sprake van een pedofiele stoornis wanneer:

  • Een persoon van 16 jaar of ouder gedurende een periode van tenminste zes maanden herhaaldelijk intense seksueel opwindende fantasieën of gedragingen vertoont die seksuele handelingen met één of meer kinderen in de prepuberteit (in het algemeen 13 jaar of jonger) met zich meebrengen.
  • Deze fantasieën en gedragingen de persoon beperken in zijn sociaal of beroepsmatig functioneren.
  • De persoon ten minste vijf jaar ouder is dan het kind.

Om de diagnose pedofiele stoornis te kunnen stellen moet aan al drie deze criteria voldaan zijn, en hoeft er geen sprake te zijn van lichamelijk seksueel contact met kinderen. Pedofilie is daarom niet synoniem aan het seksueel misbruiken van kinderen. Iemand die een kind seksueel heeft misbruikt wordt een pedoseksueel genoemd. Een pedoseksuele dader heeft echter niet per definitie een pedofiele stoornis, maar kan hij pedoseksueel gedrag vertonen als onderdeel van een antisociale generalistische levensstijl, zonder daadwerkelijk herhaaldelijke seksuele fantasieën of gedragingen te hebben die seksuele handelingen met een kind met zich meebrengen.

Pedofilie

Ondanks dat er in de klinische praktijk een verschil bestaat tussen pedofilie en ‘pedoseksualiteit’, en een ‘pedoseksueel’ niet per definitie seksuele aantrekkingskracht heeft voor kinderen, wordt er in de DSM-5 echter niet gesproken over ‘pedoseksualiteit’.

Hoe vaak komt pedofilie voor?

Hoe vaak pedofilie of pedofiele stoornis voorkomt is moeilijk vast te stellen. Dit komt omdat velen deze voorkeur nooit zullen uitspreken of ernaar zullen handelen, en het daarom niet bekend wordt. De maximale geschatte prevalentie is 5%.

Hyperseksualiteit

Er is in de huidige maatschappij een overvloed aan seksuele prikkels, en de toegang tot en consumptie van seks is door internet enorm gestegen. In de klinische praktijk vragen dan ook steeds meer mensen om hulp omdat zij teveel seksuele onrust en teveel seksuele zin ervaren, bij te weinig zelfbeheersing. Naast deze maatschappelijke ontwikkelingen spelen biologische, (neuro)psychologische, sociale, culturele en situationele factoren een rol in de ontwikkeling van seksueel afwijkende gedachten en gedragingen.

Lust wordt als afwijkend beschouwd, wanneer er teveel van is bij een gebrek aan controle, en het problemen geeft bij het functioneren, of anderen schade berokkent. Vaak worden deze personen aangeduid als ‘hyperseksueel’, al ontbreekt er een eenduidige omschrijving. Ondanks het feit dat verhoogde of excessieve seksuele driften en gedragingen al decennia lang beschreven worden, en dit als (psychische) last ervaren wordt, is ‘hyperseksualiteit’ geen vast gedefinieerde stoornis, en komt het als zodanig niet in de DSM-5, het officiele handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, voor.

Behandeling parafiele stoornis

Wanneer er sprake is van een parafilie waar de persoon hinder van ondervindt of iemand anders mee beschadigt, is het van groot belang dat er hulp wordt gezocht. Ook omdat daarmee slachtoffers kunnen worden voorkomen. Er zijn verschillende behandelingen voor een parafiele stoornis mogelijk, zowel individueel of in groepsverband. Een psychische behandeling kan eventueel worden aangevuld met medicatie. Er is empirisch bewijs dat cognitieve gedragstherapie en medicamenteuze behandeling het risico op strafbare feiten terug  dringen.

Bij groepsbehandeling gaat het vaak om personen die een seksueel delict hebben begaan, of hier zelf bang voor zijn en zich vrijwillig hebben aangemeld voor hulp. Wanneer er een seksueel delict heeft plaatsgevonden is behandeling primair gericht op het beveiligen van de samenleving, door specifieke risicofactoren te verminderen. Behandeling moet zich daarnaast richten op ‘cure’, ‘care’ en ‘control’: herstel, verzorging en controle.

Cognitieve gedragstherapie is er dan op gericht de inhoud van irrationele gedachten en overtuigingen die gaan over seks (‘kinderen verlangen naar seks’, ‘ik heb recht op seks’, vervormde man-vrouw beelden) te veranderen. Daarnaast worden vaardigheden om met risicofactoren om te gaan vergroot, en richt de therapie zich op verschillende factoren die belangrijk zijn voor delictgedrag en vatbaar voor behandeling: hechting, zelfwaarde, cognitieve vervormingen,  empathie, sociaal functioneren, en seksueel afwijkende interesses of fantasieën.

Medicamenteuze behandeling wordt in principe alleen op medische indicatie gegeven wanneer er sprake is van verhoogde impulsiviteit, stemmingswisselingen, of verhoogde seksuele preoccupaties, dwang en drang. Hormonale libidoremmers dienen ervoor de testosteronniveaus in het bloed te laten dalen, en de daarmee samenhangende mate van seksuele verlangens en (dwang)gedachten.

Heb je last van een parafilie en hulp nodig? Vind hier een psycholoog bij jou in de buurt.

Psycholoog.nl